[ Home ]  
 
 
 
DE MOTOR
KARAVAAN

 
 
 
Dagboek

NEPAL OVERLAND 2010

10 Maart - Door: Jan van der Werff
Door weer en wind

   

Het is 05.15u in de ochtend, de wekker gaat, Vandaag zullen we in alle vroegte worden opgehaald van het hotel voor een ballonvlucht over het prachtige landschap van Cappadocië. Een klein kwartiertje te laat schreeuwt er iemand (om 6 uur in de ochtend) van beneden naar mij, hij vraagt of er twee personen klaar staan voor een ballonvaart. Ja, zwaai ik terug, en ik loop samen met Rob naar de bus.
Even later komen we aan op de vertrekplaats van de luchtbalonnen waar we koffie met een plakje cake krijgen geserveerd. Na de nodige voorbereiding van de ballon en instructies over de landing houding in het mandje worden de vlammen opgestookt en gaan we langzaam de lucht in.

We staan met de zon in onze rug precies aan de goede kant van het mandje. We stijgen nog iets verder en laten ons verrassen door de opkomende zon, die
langzaam het adembenemende landschap van Cappadocië begint te verlichten. We hebben ook geluk met het weer en de wind; het is bijna windstil en volkomen onbewolkt. We worden getrakteerd op een aantal fantastische uitzichten en schieten er lustig met onze camera's op los.

Na een klein uurtje zweven, waarbij we een hoogte halen van maximaal 900 meter, weet onze turkse “piloot” het mandje van de ballon uiteindelijk precies op de aanhanger weer te landen. De landing wordt traditiegetrouw gevierd met champagne. Er gaat een stapel met oorkondes rond en iedereen wordt gevraagd zijn naam hierop in te vullen zodat de oorkondes daarna door onze piloot onder luid applaus van zijn team aan de passagiers kunnen worden uitgedeeld.

Ik vul mijn naam niet in omdat ik de hem toch niet mee kan nemen op de motor; Rob tekent de oorkonde met
Donald Duck. Als de namen worden voorgelezen roept de piloot zonder na te denken "Donald Duck" om. Hij is dan toch wel een beetje verbaasd, kijkt nog eens goed, en roept dan met een grote glimlach op zijn gezicht nog een keer de naam Donald Duck.
Rob antwoord met een luide “Kwaak” en neemt zijn oorkonde in ontvangst. Nadat we met de hele groep in de verkeerde bus zijn gestapt worden we bij het verkeerde hotel verzocht uit te stappen. De chauffeur
begrijpt er niets van maar zal uiteindelijk iedereen toch nog bij het juiste hotel afzetten.

Aangekomen in het hotel genieten we nog van het ontbijt, nemen dan afscheid van de fantastisch hulpvaardige dame achter de receptie en vertrekken richting Malatya, maar niet voordat we eerst nog zijn gestopt bij een kleine koffiebar die we twee avonden geleden hadden gevonden met absoluut de beste cappucino die ik ooit heb gedronken en een hele goede
smaak voor muziek. We luisteren onder het genot van twee bakkies een beetje naar de muziek en vertrekken daarna richting Malatya.

Na  de onverharde rit van gisteren en het vroege opstaan besluiten we vandaag gewoon de D300 op te draaien en deze 400km lang te volgen richting Malatya. Het is een mooie lange doorgaande weg met twee bergpassen erin op ca 1900 meter.
We passeren kleine dorpjes, grotere steden en genieten van het uitzicht tot het na ongeveer 280km tijd wordt te stoppen om de motoren en onszelf weer eens bij te vullen. Het is dan inmiddels al net iets na 3 uur en ik rijd al een tijdje op reserve. Volgens mij loopt de motor nu op benzinedampen. Na het tanken rijden we een stukje door en halen we een lunch bij de plaatselijke BIM supermarkt.

Terwijl we aan de lunch zitten komen we tot de ontdekking dat de scholen hier om drie uur uit gaan en onze rustige lunchplek precies op het pad ligt van vele tientallen in uniform geklede schoolkinderen die lopend onderweg zijn naar huis. Een groepje brutale jongens komt naar ons toe en begint tegen ons te praten.
“Where are you from? How old are you? Nice to meet you! Ze schreeuwen naar ons van erg dichtbij en wild worden er handen geschud.
Als een paar iets te brutale jongens ook gaan proberen op de motoren te klimmen vinden we dat het tijd wordt om te gaan en stappen we weer op.

We rijden opnieuw de bergen in. Na een tijdje zie ik een groepje hardlopers, we zitten dan ten minste 10km van het dichstbijzijnde dorp op ongeveer 1800 meter. Ik weet niet waar ze voor aan het trainen zijn maar ze
pakken het in ieder geval zeer enthousiast op.
De uitgestrekte weg door de bergen blijft indrukwekkend.

Terwijl het asfalt onder mij door blijft rollen in de uitgestrekte eenzaamheid in de bergen denk ik aan mijn meisje, die nu alleen thuis zit. Ik ben nu ruim een week onderweg en ik mis haar. Maar, als straks alles wat we nog mee gaan maken en alle ontmoetingen die we tijdens deze fantastische reis nog zullen hebben, zijn omgetoverd in herinneringen die altijd bij me zullen blijven, zal zij, als ik aankom in Kathmandu, daar op mij wachten. Ik zal blij zijn haar daar weer in mijn armen te sluiten. Mijn meisje komt naar mij toe. Ik hou
van haar, kijk er naar uit...

 

 

 
 
 
Ontwerp:

(c) Copyright 2004 - 2009 by Studio R&D
Alle auteurs- en beeldrechten zijn voorbehouden en
mogen niet zonder schriftelijke toestemming voor welk doeleinde dan ook gebruikt worden
Zie ook de
disclaimer