[ Home ]  
 
 
 
DE MOTOR
KARAVAAN

 
 
 
Dagboek

NEPAL OVERLAND 2010

5 April - Door: Christ van Liempd
De Laatste Maharadja

   
Ik word wakker. Ik lig in een hemelbed. Aan de muur hangt een grijnzende tijgerkop met daaronder 1949, gegraveerd in metaal. Het is mijn geboortejaar en voor hem het jaar dat hij werd afgeschoten.

Ik sta op. Links van de tijgerkop hangt een foto aan de muur. Op de foto 5 hurkende mannen met een dode tijger. Achter hen een jonge man met een geweer. Op een andere foto rechts dezelfde man maar nu wat ouder. Ook hier een dode tijger met tussen zijn poten een even dode jonge tijger. 
     
De kamer is heel groot. Er is een schouw met een gietijzeren kachel. Op de schouw nog meer foto’s. Links Aldu Neru en rechts een vrouw met de witte bles in het haar, Indira Gandi. Zij heeft een klein kind op haar schoot. In de kamer staat nog een hemelbed en te veel oude meubels.
Op de vloer een groot kleed. Er zijn tuindeuren en grote, zware gordijnen. Ik maak ze open. Buiten ligt een groot marmeren bordes. Er staan tientallen grote en kleine stenen potten met palmbomen en bloemen. Verderop zie ik Magnoliabomen in volle bloei en er vliegen groene papagaaien rond. Voor het terras ligt een ovalen tuin met links en rechts opritten die samenkomen bij een ijzeren hek.

Een vrouw in kleurige kleding trekt een groot stuk canvas met zich mee. Zij veegt de bladeren en de afgevallen bloemen bijeen en gooit die op het canvas. In een hoek staan een paar jonge mannen in groene jasjes. Tussen hen een kleine kale man met een gouden montuur die glimlachend zijn handen bij elkaar brengt en buigt. Ik groet hem op dezelfde manier. We zeggen niets.

´Wilt u de tijgerkamer zien?’ vraagt een van de groene jasjes. We gaan het statige gebouw weer binnen en lopen door hoge kamers en gangen. In een van de kamers staat een reusachtig biljard met een kleed. We gaan de tijgerkamer binnen. Aan de muren hangen tientallen trofeeën van tijgers, allemaal met een jaartal. Op boomstammen staan opgezette exemplaren en aan één muur hangen alleen maar huiden met onderaan een grijnzende kop. Op foto´s weer de man met het geweer.
Ik zie nu de treffende gelijkenis met de buigende man buiten. ‘Dit is de laatste Maharadja. Hij bouwde 80 jaar geleden deze residentie. Het heet Ford Unchagaon.’

We groeten voor het laatst de kleine man, zoon van de laatste Maharadja. We rijden over de oprit langs de Magnoliabomen. De ijzeren poort gaat open en ik zie open stallen met prachtige paarden. De lage muren zijn van leem en rood geschilderd. Aan het eind weer een poort. Hoog en van hout.

De poort gaat open en plots is daar weer die indringende stank, het knetterende lawaai van motorfietsen en auto’s. Daar zijn weer karren getrokken door ezels en buffels. En op elke hoek een vuilnisbelt met schrappende koeien en wentelende varkens. En mensen.

Diep in de nacht waren we aangekomen in dit onvindbare paradijs in het binnenste van India.
Na uren samen zoeken zagen we bedienden in groene jasjes en drie reisgenoten zwaaien met lampen. Het was aardedonker en stil. We reden door de poorten naar binnen en voor even waren we in het paradijs.

Dezelfde bedienden  zwaaien ons nu uit. Dan gaat ook de laatste poort achter ons dicht.





Meer van Christ op:
ChristvanLiempd.nl

 
 
 
Ontwerp:

(c) Copyright 2004 - 2009 by Studio R&D
Alle auteurs- en beeldrechten zijn voorbehouden en
mogen niet zonder schriftelijke toestemming voor welk doeleinde dan ook gebruikt worden
Zie ook de
disclaimer